Ernst Erik  (Ernst) Woutman

Hongkong, 14 januari 1923   –   Limmen, 7 januari 1945 – 21 jaar
Woonde in Laren

Op 10 juli 1947 schreef mevrouw A.J. Woutman – Caland aan de rector van het Nieuwe Lyceum:

Zeer Geachte Heer van Zutphen,

Wij danken U voor Uw schrijven, waarbij ingesloten de circulaire, betrekking hebbende op een gedenksteen ter gedachtenis aan de gevallen oud-leerlingen van het Nieuwe Lyceum.

Ongetwijfeld zullen wij Ernst’s naam graag op deze steen zien, alles wat gedaan wordt om de offers van deze jonge jongens in de herinnering te bewaren, heeft onze volle medewerking. De gegevens over zijn dood zijn niet geheel juist: Ernst werd op 7 januari 1945 te Limmem bij Castricum gefusilleerd met negen andere ondergrondse strijders, waarvan vijf tot zijn groep hoorden. Hij lig begraven op de eere begraafplaats in Bloemendaal. 

Gaarne willen wij t.z.t. bij de onthulling tegenwoordig zijn.

Is Jan van Zutphen, wiens naam ook op de lijst voorkomt, Uw Zoon? Ook hij heeft voor de goede zaak zijn offer gebracht. Wij gevoelen een band met alle ouders, die op deze wijze getroffen zijn.

Hoogachtend,

A.J. Woutman – Caland

Ernst Woutman en zijn twee jaar oudere broer Hein, studenten aan respectievelijk de Technische Hogeschool in Delft en de Economische Hogeschool in Rotterdam, weigerden in het voorjaar van 1943 de loyaliteitsverklaring te tekenen en doken vervolgens onder. 

In november 1943 trachtten zij met enkele vrienden via Spanje naar Engeland uit te wijken. Door zware sneeuwval in de Pyreneeën mislukte de tocht over de Frans-Spaanse grens en werden op de terugweg in Parijs door verraad gearresteerd. Ernst ontsnapte, wist naar Nederland te komen en ging na enige tijd terug naar Parijs met valse papieren en persoonsbewijzen. Hij wist zo zijn broer en vrienden vrij te krijgen. Ernst en zijn broer Hein sloten zich in het najaar van 1944 aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten in Amsterdam.

Op 16 december 1944 werden twee verzetsmannen die connecties hadden met Pallas, tijdens een spionagetocht bij Barneveld gearresteerd. Pallas was een studentendispuutshuis in Amsterdam waar sinds september 1944 veel verzetsmensen bijeenkwamen. Er lagen daar ook wapens opgeslagen.

Tijdens de zware verhoren, sloeg een van de verzetsmannen door en gaf informatie over Pallas en de sleutel van het huis. Als gevolg hiervan werden op de vroege ochtend van 19 december alle in Pallas aanwezigen, onder wie de broers Woutman, door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Zij werden overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans.

Ernst werd op de lijst van Todeskandidaten gezet die in aanmerking kwamen voor fusillering bij represailles. Op 7 januari 1945 werd hij met negen andere verzetsmensen, onder wie medegearresteerden, in Limmen doodgeschoten als represaille voor het doden van een Duitse dienstplichtige soldaat door het verzet. De tien lichamen werden op bevel van de bezetter in een massagraf in de duinen bij Overveen begraven.

Na de oorlog werd Ernst herbegraven op de erebegraafplaats te Overveen.

Hein werd begin februari 1945 naar concentratiekamp Neuengamme gestuurd. Op 1 april 1945 overleed hij aan dysenterie.

Ook hun oudere broer Job, die eveneens in het verzet had gezeten en na arrestatie via verschillende gevangenissen in een buitencommando van Neuengamme terecht kwam, overleefde de oorlog niet. Hij overleed in februari 1945 als gevolg van honger en uitputting.  

Job en Hein werden in Duitsland begraven, hun namen staan mede vermeld op de gedenksteen van Ernst.