Jan Bart  (Johannes Bartholomeus / Jat) van Mesdag

Reserve 2de Luitenant vlieger R.A.F.
Hilversum, 3 oktober 1923   –   Lawshall, 6 maart 1945 – 21 jaar
Woonde: ‘Jans Hoeve’,  Wisseloordlaan 12

Als tweede zoon met nog 3 broers groeide Jat op in een gezin waar sport een belangrijke rol speelde. Hockey, tennis, zeilen en roeien vulden het leven voor de oorlog van de 4 broers, alles wees op een heerlijke jeugd voor deze kleinzonen van Geert van Mesdag, een jeugd die zich voornamelijk op het familiehuis Quatre Bras en vervolgens de Oersberg afspeelde.

De oorlog heeft echter een immense schaduw over dit gezin geworpen.

De moeder van Jan Bart , mevrouw M.A.C. van Mesdag – Verbeek schreef in 1948 aan de rector van het Nieuwe Lyceum:

Jan Bart is op 3 oct. 1923 te Hilversum geboren. Hij bezocht van zijn bijna 6e tot zijn 11e jaar de Montessorischool en ging in 1936 naar het Nieuwe Lyceum, waar hij 3 jaar bleef. Toen vond mijn man het verstandiger hem verder een Engelse opvoeding te geven en zo ging hij naar een Engelse public school n.l. Haileybury College, Hertford, waar hij met onderbreking van 4 maanden, toen in 1939 de oorlog tusschen Engeland en Duitschland uitbrak, tot 1940 bleef. Vandaar uit werd hij zonder dat wij verder bij machte waren zelf iets voor hem te doen naar Amerika geëvacueerd waar hij nog een jaar op Sint Andrews School in Delaware. Hier behaalde hij de tennis cup van de school als beste tennisspeler. Van hieruit deed hij toelatingsexamen aan een Amerikaanse universiteit, n.l. Williams College in Massachusetts. Hier bleef hij tot mei 1940, toen hij zich vrijwillig meldde voor de dienst van zijn land en al spoedig zijn opleiding kreeg bij de R.A.F. als vliegenier.

Vanaf januari 1944 tot zijn heengaan. Eerst als sergeant, later als pilot officer, als jachtvlieger was hij “on operations”. Hij escorteerde dus als jachtvlieger de bommenwerpers, eerst in spitfires, later in mustangs.

Op een dier vluchten boven Duitschland heeft hij een vijandig vliegtuig neergeschoten en heeft dan ook een kleine posthume onderscheiding gekregen. Zijn einde kwam 6 maart 1945 toen hij op een oefenvlucht ’s nachts is neergestort bij Lawshall, n.o. van Londen. Aangezien hij dus alleen in zijn toestel zat en het toestel bij het neerstorten in vlammen opging is het nooit uitgemaakt wat de oorzaak van zijn dood is geweest, een motorstoornis of een persoonlijk ongeval. Wél is bekend dat er die avond Duitsche vliegers boven Engeland waren. Het officiële rapport luidde: “killed on active service”.

Wij weten in elk geval dat hij vrijwillig zijn land heeft meehelpen bevrijden en in de verte de eindoverwinning heeft zien glooren en met die voldoening voor ogen is kunnen heengaan uit dit leven.

Jaap (Doen) van Mesdag

Niet alleen Jan Bart maar ook zijn oudere broer Jaap (Geert Jaap Gilles van Mesdag; Hasselt, 4 januari 1922 – Hilversum, 23 oktober 2015) heeft tijdens de oorlog zich op bijzondere wijze willen inzetten. Drie zeer zware jaren werden hier het gevolg van. Jaap bleek een eigenzinnige, intelligente jongen met een sterke wil.  

In mei 1940 kwam Jaap niet opdagen bij het centraal schriftelijk eindexamen. Pas enige dagen later kwam hij boven water. Hij vond het belangrijker om enkele Duitse vliegtuigen op vliegveld Loosdrecht onklaar te maken en de machinegeweren eruit te slopen. Jaap haalt in 1941 alsnog zijn eindexamen en gaat medicijnen studeren en behaalt als eerstejaars zijn propedeuse. Niet wetend dat broer Jan Bart inmiddels wordt opgeleid tot RAF piloot, wil Jaap liefst oversteken naar Engeland om piloot bij de RAF worden. Samen met zijn goede vriend Ernst Sillem besluiten ze de oversteek naar England in een vouwkano met buitenboordmotor te maken. Op 31 augustus 1942 wagen ze vanuit Oudorp de oversteek, de zee is glad, ze worden niet gezien. Eenmaal vol op zee steekt een straffe zuidwester op waardoor ze na een uur of 5 in een penibele situatie belanden. Ze realiseren zich dat ze redding moeten zoeken. Hun redding wordt Jaap’s trompet waarmee ze de aandacht van een schip aan de horizon weten te trekken, het blijkt een schip van de Kriegsmarine. Als politieke gevangenen worden ze door de Sicherheitspolizei naar Rotterdam gebracht om vervolgens via Vught naar het kamp Natzweiler-Struthof en later Dachau gezonden te worden. Ze overleven bijna 3 jaar concentratiekampen!